“Het is een donderdagmiddag in april. Na een uitgebreide teamsessie vanochtend hebben mijn kantoorcollega’s en ik gestort op ons werk. Het lijkt wel alsof dat na een zo’n ochtend nog beter gaat dan anders. Ondanks dat ik meestal in een enorme bubbel zit als ik werk vang ik nu toch flarden van een collega die een telefoongesprek voert op. Ze overtuigt een ouder. ‘Nee, echt, bij ons is je kind welkom. ‘ Ze heeft wat overredingskracht nodig om de andere kant te overtuigen. Ik begrijp dat het om een kind gaat met een extra zorgvraag. Een moeder die op meerdere plekken nee te horen heeft gekregen in haar zoektocht naar een fijne plek voor haar kind.
Ik denk aan mijn zwangerschappen, aan de dromen die ik had toen ze nog veilig in mijn buik groeiden. De dromen die ik nog steeds heb en binnen handbereik liggen omdat ik twee kinderen heb die passen binnen de maatschappelijk geldende kaders.  Elke ouder heeft die dromen, maar niet elke ouder heeft een kind wat gemiddeld is. Een kind overal welkom is, omdat het een ‘standaard’ kind is. Zonder extra zorgvraag. Mijn dromen zijn niet anders dan de moeder die belde. De manier waarop de wereld op ons kind reageert wel. Wat moet dat een pijn doen. Ik ken deze moeder niet, zij mij niet, maar mijn hart huilt een beetje.
Ik ben aan de andere kant blij dat mijn lieve collega de moeder gerust weet te stellen. Kan vertellen dat Kindercentrum Bzzzonder meer is dan een kinderopvangorganisatie. Dat er ook zorg geboden wordt. Op die manier is iedereen welkom. Op die manier is er ook een plekje voor haar kind. Vol overgave stort ik me weer op mijn werk. Dankbaar dat ik dit werk mag doen, ik werk zelfs nog een stukje harder. Voor die onzichtbare moeder. Want wij hebben dezelfde dromen!